Hoe worden de locaties van windprojecten bepaald?

Een windturbine kan uiteraard niet eender waar worden geplaatst. De locaties voor nieuwe windprojecten zijn afhankelijk van strikte criteria. Onder meer de aanwezigheid van bestaande infrastructuur en van wind zijn belangrijke voorwaarden om windturbines te kunnen plaatsen.  

Een eerste belangrijk criterium is de inpasbaarheid binnen de ruimtelijke ordening. Hiervoor wenst de Vlaamse overheid dat windturbines in clusters gebundeld worden in industrie- of zeehavengebieden of naast infrastructuren zoals autosnelwegen, hoogspanningslijnen en kanalen. De windturbines van Ventori zijn bijvoorbeeld gepland naast de E313, naast het industriegebied Tongeren-Oost en naast een hoogspanningslijn. Die voorwaarden maken dat bepaalde locaties optimaal zijn om windprojecten te realiseren. In Vlaanderen vinden we gelijkaardige clusters van windprojecten aan de E19 (Hoogstraten – Wuustwezel), de E17 (Lochristi, Laarne, Lokeren, Berlare), de N49 (Maldegem, Eeklo, Kaprijke) en de N49/R4 (Assenede, Evergem, Zelzate).  

Een tweede evenzeer belangrijke voorwaarde bepaalt dat de milieueffecten van windturbines op hun omgeving aanvaardbaar moeten zijn. De bepalingen hierover staan onder meer in de VLAREM-regelgeving waarbij er specifieke voorwaarden zijn waaraan een windproject moet voldoen. De voornaamste criteria zijn slagschaduw (maximaal 8 uur per jaar en 30 minuten per dag), geluid en veiligheid. Dit wordt vandaag nog onderzocht in het milieueffectenonderzoek. Daarnaast moet het ook andere regelgevingen volgen, zoals onder andere het natuurdecreet en restricties vanwege luchtvaart. 

Ten slotte wordt er ook gekeken naar het windaanbod op de projectlocatie, zodat de geschikte afmetingen en technologie gebruikt kunnen worden om optimaal energie te produceren.